Bereken gratis het spreidingsbereik (de spreidingsbreedte) van een reeks getallen. Plak je getallen en zie meteen het bereik en de laagste en hoogste waarde.
Enter opent een volgend vakje. Sleep een vakje aan de puntjes om het te verplaatsen. Op volgorde zetten hoeft niet: de tool zoekt zelf het hoogste en laagste getal.
Het spreidingsbereik is het verschil tussen het hoogste en het laagste getal van een reeks. Het wordt ook wel de spreidingsbreedte, de variatiebreedte of kortweg het bereik genoemd (in het Engels: range). Het is de eenvoudigste spreidingsmaat uit de statistiek: één getal dat laat zien hoe ver je getallen uit elkaar liggen. Je berekent het met deze formule:
Voorbeeld: in de reeks 5, 9, 12 is het hoogste getal 12 en het laagste 5. Het spreidingsbereik is dus 12 − 5 = 7.
Een klein spreidingsbereik betekent dat je getallen dicht bij elkaar liggen; een groot spreidingsbereik betekent dat ze ver uit elkaar liggen. Dat is nuttige extra informatie naast een centrummaat zoals het gemiddelde. Twee leerlingen kunnen bijvoorbeeld allebei gemiddeld een 7 staan: de één met de cijfers 6,5 - 7 - 7,5 (spreidingsbereik 1) en de ander met de cijfers 4 - 7 - 10 (spreidingsbereik 6). Het gemiddelde is gelijk, maar de tweede leerling presteert veel wisselvalliger. Het spreidingsbereik maakt dat verschil in één oogopslag zichtbaar.
Let wel op: het spreidingsbereik kijkt alleen naar de twee uiterste getallen en negeert alles daartussen. Eén uitschieter (een extreem hoge of lage waarde) kan het bereik daardoor flink vergroten, terwijl de rest van de reeks netjes bij elkaar ligt.
Typ in elk vakje één getal; decimalen mag je met een komma of een punt schrijven (8,5 of 8.5). Met de knop "Getal toevoegen" of de entertoets open je een volgend vakje, met het kruisje haal je een vakje weg en door een vakje aan de puntjes te verslepen verander je de volgorde. Lege vakjes tellen niet mee en je hoeft de getallen niet zelf te sorteren: de tool zoekt automatisch het hoogste en het laagste getal. Handig om te weten: plak je een hele reeks getallen (bijv. uit Excel) in een vakje, dan worden ze automatisch over losse vakjes verdeeld. De uitkomst verschijnt direct in beeld, samen met het aantal getallen en de laagste en hoogste waarde. Alles wordt lokaal in je browser uitgerekend.
Zoek het hoogste en het laagste getal in je reeks en trek ze van elkaar af: spreidingsbereik = hoogste getal − laagste getal. In de reeks 5, 9, 12 is dat 12 − 5 = 7. Meer heb je niet nodig; de andere getallen in de reeks spelen geen rol.
Ja. Spreidingsbereik, spreidingsbreedte, variatiebreedte en bereik zijn vier namen voor hetzelfde begrip: het verschil tussen de hoogste en de laagste waarde. In Engelstalige boeken en programma's zoals Excel heet het "range". Welke naam je schoolboek ook gebruikt, de berekening is altijd gelijk.
Het kijkt alleen naar de twee uiterste getallen. Eén uitschieter kan het bereik daardoor flink opblazen. De reeksen 4, 5, 5, 6 en 4, 5, 5, 96 verschillen enorm, maar dat zie je alleen aan het bereik (2 tegenover 92), niet aan wat er tussenin gebeurt. Wil je een spreidingsmaat die minder gevoelig is voor uitschieters, kijk dan naar de kwartielafstand of de standaardafwijking.
Nee. Omdat je altijd het laagste getal van het hoogste aftrekt, is het spreidingsbereik nooit negatief. Het kan wel 0 zijn: dat gebeurt als alle getallen in de reeks gelijk zijn, want dan is er geen spreiding.
Ja. Negatieve getallen typ je met een minteken (bijv. -4) en decimale getallen met een komma of een punt (8,5 of 8.5). Omdat elk vakje precies één getal bevat, kan een komma nooit verward worden met een scheidingsteken. Bij negatieve getallen rekent de tool gewoon door: loopt de temperatuur bijvoorbeeld van -4 tot 3 graden, dan is het spreidingsbereik 3 − (-4) = 7.
Ja. De berekening draait volledig in je eigen browser; de getallen die je invoert verlaten je apparaat niet en worden nergens opgeslagen.